Lang geleden dat ik een column heb geplaatst. Ik hoop dat je ze mist of je minstens
afvraagt of ik nog wel schrijf. Ja, ik schrijf nog! Maar voornamelijk in mijn hoofd en weinig op papier. Ik heb eerlijk gezegd – zelfs als beginnende schrijver – last van een writer’s block.
Ik heb een drukke tijd achter de rug. Al vraag ik me regelmatig af of ik het echt achter de rug heb of dat ik er altijd een druk leven van maak. Hoogtepunt was het huwelijk van mijn broer en schoonzus waarbij ik ceremoniemeester was. Fieuwww… zelf trouwen is een stuk relaxter dan een huwelijk van een ander regelen. Maar de uren praten met het bruidspaar en hun zakelijke partners, de avonden brainstormen over leuke verrassingen en de dagen juiste versiering bij elkaar zoeken waren het meer dan waard!
Drukte en haast blokkeren de creativiteit. In ieder geval de mijne. Ik ga maar door en door. Sta onvoldoende stil bij het moment. Geniet niet na van wat er is geweest en droom nauwelijks over wat komen gaat. Ik duik gewoon in het volgende avontuur. Op zich niet verkeerd, maar het geeft mij onvoldoende inspiratie om te schrijven.
Op dit moment zit ik in de auto terug van een weekendje Berlijn met mijn schoonfamilie. Ik zit alleen met mijn man in de auto en we kletsen wat af. Over wat we hebben beleefd. Met tropische temperaturen op het terras, heftige indrukken over de Tweede Wereldoorlog bij de Holocaust en al fietsend langs oude en futuristische gebouwen en door een gigantisch en groen stadspark. We lachen er om dat we pas na een dag er achter kwamen dat de Brandenburger Tor helemaal niet die toren met de zilveren bol en rood-witte antenne is. Maar de stadspoort en Tor dus ‘poort’ betekent. We dromen over hoe wij later met onze kinderen erop uit gaan, op vakantie gaan.
We hebben drie kinderen. In ieder geval een jongen en een meisje. En dan nog een jongen óf een meisje. Dat maakt niet uit. Eigenlijk maakt het ons helemaal niet uit. Drie stoere jongens is ook leuk. “Of drie knappe meiden die het hun vader lastig maken met rijenlang verliefde jongens,” plaag ik mijn man. We gaan naar de camping in Italië. De auto is vol bepakt. Maar niet te veel speelgoed. “Zeker niet als het jongens zijn, want die hebben voldoende aan een bal,” zegt mijn voetbalvent.
Over kinderen dromen we vaak. Mijn man is er helemaal klaar voor. Ik ben op zoek naar de moeder in mijzelf.
Ik heb sterk de behoefte om andere vrouwen te vragen hoe zij de moeder in zichzelf hebben gevonden. Of mannen de vader in zichzelf. Tot op heden heb ik weinig anders gehoord dan: “Als je er klaar voor bent, dan voel je dat wel”. Maar ik vraag mij toch sterk af wat je dan precies voelt. Of voel ik het dan dus niet? Ik voel wel eens kriebels, maar niet continue. Ben ik dan nog maar een parttime moeder en moet ik doorgroeien tot fulltime moeder?
Vaak wordt er niet gepraat met anderen over een kinderwens, totdat je ook echt zwanger bent. Gek toch? Het is volgens mij de meest ingrijpende en bijzondere gebeurtenis die je leven volledig veranderd. Dan mag je toch best even wat tips en adviezen vragen en overdenkingen delen? Ik vind het onnodig om alleen te worstelen met mijn twijfels. Ik wil dit graag delen. Met mijn moeder en schoonmoeder, met een moeder die al jong heel bewust kinderen kreeg, een niet-moeder die een hele sterke moederwens heeft, een moeder die een beetje onverwachts moeder werd en nog vele andere moeders.
Misschien schrijf ik hier ooit een boek over. De eerste hoofdstukken liggen al klaar. Over mijn twijfels. Nu dus nog de reis en de ontdekking. Wat er anders is dan al die andere driehonderdachtenvijftig boeken over een kinderwens? Daarin staat alleen beschreven dat je een goede vent moet hebben (check), moet stoppen met anticonceptie (snap ik), zoveel als mogelijk moet doen om te zorgen dat je eitjes en zijn zaad in topconditie zijn (mislukt: mijn man is van mening dat zijn superzaad niet minder wordt van een tiental biertjes op zaterdag) en de zaken financieel op orde hebben (check). Dit zijn allemaal externe factoren. Als je al die zaken helemaal buiten beschouwing laat. En alleen diep in je hart kijkt. Ben jij dan klaar voor kinderen? Daar gaat mijn boek over.
Dus ja, ik schrijf zeker nog wel! Ik hoop ook hier weer regelmatig columns te plaatsen. En zonder druk te doen of te haasten, zodat mijn creativiteit niet wordt geblokkeerd, zal ik opschieten met het schrijven van mijn boek. Want mijn man begint steeds vaker en steeds serieuzer te vragen: “Dat boek van jou hè (lees: ontdekking van jouw moederschap), dat gaat toch geen drie jaren duren?”