Een witte kerst …?

De kerstboom is weer opgetuigd. Ik heb de stylingtips van SBS6 Shownieuws niet gevolgd. Het schijnt dat wit en hout helemaal hip is en om het de kijker makkelijk te maken, lieten ze constant op de achtergrond het logo van Rivièra de Maison zien. Dan wist ik gelijk waar ik die hippe spullen kon kopen… Nou, onze kerstboom is net als de vorige jaren zilver met oranje. Dit past misschien niet zo goed bij de trends maar wel prachtig in onze woonkamer. Of was het de bedoeling dat ik die dan ook direct maar zou aanpassen aan de trends van deze maand?

Nu de kerstboom weer staat, de kerstjingles je op de radio toezingen en buiten alles sfeervol – en soms veel te extreem – is verlicht, mag het van mij ook wel gaan sneeuwen! Vorig jaar hadden we het daar zo mee getroffen. Het hele land was onder een wit pak sneeuw betoverd. Het mooiste moment is dan ‘s ochtends vroeg. Mijn man en ik stonden op onze vrije dag extra vroeg op, kleedden ons dik aan en reden naar het bos. Om de eerste te zijn die voetstappen zou zetten in de verse sneeuw. Soms kwamen we een paar andere voetstappen tegen van vogeltjes of herten.

Dat gevoel is altijd bijzonder als het voor het eerst in het jaar sneeuwt. Ik word wakker en zie door de gordijnen heen dat het buiten lichter is dan normaal. De witte sneeuw belicht de hele wereld terwijl het toch donkere dagen zijn. Ik spring uit mijn bed en gluur door het raam. Yes, het sneeuwt!! Jaren terug logeerde mijn jeugdvriendinnetje bij mij. Toen we ‘s ochtends wakker werden, zagen we dat het had gesneeuwd. We trokken onze laarzen aan, renden in onze pyjama’s naar buiten en dansten in de sneeuw.

Natuurlijk brengt de sneeuw ook overlast met zich mee. Je komt later op school of op het werk, doordat de treinen langzamer rijden. En ook met de auto doe je het veel rustiger aan. Maar het geeft je wel alle tijd om onderweg de mooie sneeuwpoppen te bewonderen.

Gelukkig voor alle klaagmuurtjes in Nederland is de kans klein dat we dit jaar een witte kerst krijgen. Aan de andere kant… dat is de voorspelling. En twee maanden geleden voorspelden de weermannen nog dat het in november twintig graden onder nul zou worden. Daar raakte ik nou lichtelijk van in paniek. Ik ben een enorme koukleum en zou echt niet weten hoe ik mijzelf tegen zulke extreme kou moet beschermen.
Gelukkig voor mij is de temperatuur nog nauwelijks onder de nul gekomen. Dus ik heb mijn nieuwe borstrok voorlopig weer onderin de lade gelegd.

Ik hoop dat de weersvoorspellingen nu ook weer niet uitkomen en we mogen genieten van een witte kerst. Ik wens iedereen – ook degene die niet van sneeuw houden én ondanks dat sneeuw zorgt voor kou – een hele warme kerst toe!

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

The voice of my car

Als ik ‘s ochtends in mijn auto stap naar het werk is het donker. En aan het einde van de middag als ik weer de auto uitstap – tussendoor heb ik dus gewerkt – dan is het weer donker. Gelukkig ben ik ambtenaar en die schijnen nog wel eens uit het raam naar buiten te kijken, dus ik zie nog wel een beetje daglicht. Maar de donkere tijd in mijn autootje bevalt mij wel. Ik zing namelijk altijd uit volle borst mee met de liedjes die uit de boxen galmen. Doordat de ramen met deze vrieskou dicht zitten, horen voorbijgangers
mij gelukkig niet ‘zingen’. En doordat het buiten donker is, zien ze niets van mijn optreden.

De auto is toch een soort slaapkamer. What happens achter de gesloten deuren, stays
achter de gesloten deuren. Voor anderen is het misschien meer een keuken of liever gezegd een kliko. Alle lege flesjes, lege snoeppapiertjes en soms zelfs etensresten worden naar de achterbank gegooid. Sommige vergeten alleen wel eens dat de auto toch een hele open slaapkamer is. Je kunt niet even de gordijnen dicht trekken. Althans, ik zou het niet aanraden. Dat vergeten sommige mensen vast als ze ongegeneerd in hun neus zitten te peuteren en een pulkje naar de achterbank schieten – toch die kliko…

Sommige mannen scheren zich in de auto. En sommige vrouwen maken zich op. Dat doen ze meestal wel in de file. Op zich logisch, je moet er niet aan denken om met 120 over de snelweg te knallen en je mascara op te brengen zonder je ogen uit te steken. Maar het zou verboden moeten worden! Want volgens mij is dat het niet eens. In de wet staat: ´Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.´ Maar hoe beoordeelt de agent dat?
Dezelfde agent heeft het tegenwoordig in de file toch al druk genoeg met het uitschrijven van boetes voor ‘onnodig’ toeteren. Daar gaat het fileflirten…

Ik heb niet zo´n lange autoreis naar mijn werk. Ik sta niet in de file en kom met mijn maximale snelheid niet boven de 80. Ik hou het dan ook alleen maar bij zingen. En ik hou het zingen ook maar alleen in de auto…

Heerlijk om uit volle borst mee te blèren als ik een drukke dag op het werk heb gehad. Ik zoek één van mijn soulsisters Alicia Keys, Withney Houston of Beyoncé op in mijn cd-mapje. Ik ken de meeste songs onderhand wel uit mijn hoofd. Of ik verzin er gewoon op los. Ik draai de volumeknop goed open. De akoestiek in mijn autootje is geweldig. Ik voel elk woord, kijk ernstig of juist met een verliefde lach op mijn gezicht. Ik tik het ritme met mijn hand op de versnellingspook en swing met mijn hele lijf mee.

Ik weet zeker dat de jury van The Voice zich onmiddellijk zou willen omdraaien als zij bij mij op de achterbank zaten. Of uit het raam zou willen springen…

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

Een brief voor de Sint

Lieve Sinterklaas,

Wat fijn dat u weer in het land bent!

Al een paar weken loop ik met kriebels in mijn buik. Zodra de nazomerse avonden voorbij zijn en de dagen korter worden, dan beginnen de kriebels. Ik heb zin om de gordijnen dicht te trekken en de kaarsen in huis aan te steken. In mijn huispak te springen en mijn sloffen aan te schuiven. Chocolademelk op te warmen met een dikke toef slagroom er op. Een reeks films klaar te leggen. En dan samen op de bank te kruipen. Heerlijk!

Wat dat betreft is de winter zeker mijn favoriet… Maar ik ben ook groot fan van het voorjaar. Als de bloemen weer prachtig in bloei staan – en ons gras hopelijk ook. En van de zomer. Als de warme zon op mijn huid straalt. En niet te vergeten van de herfst. Als we met onze laarzen door de bladeren in het bos sloffen. Maar deze tijd is toch het meest knus en sfeervol.

En uw komst zorgt voor extra gezelligheid. Vroeger vond ik dat niet. Ik was zo bang voor u! Zodra ik hoorde dat Pakjesboot 12 weer richting Nederland kwam, kreeg ik buikpijn. Op pakjesavond zat ik de hele avond op mijn moeders schoot met mijn gezicht in haar hals gedrukt. Mijn armen sloeg ik stevig om haar heen en ik liet haar niet eens even los om drinken te halen. Ik hield mijn ogen stijf op elkaar, zodat ik niets van uw enge witte baard kon zien. De meeste kinderen waren bang voor zwarte piet. Maar die donkergetinte mannen, daar had ik er al genoeg van gezien. Sinterklaas, ik was verschrikkelijk bang voor u met uw harige baard en grote wenkbrauwen.

Nu kan ik het wel verklaren. Want wij hadden natuurlijk een hulpsinterklaas op bezoek. Ik begrijp dat u niet ieder jaar zelf de tijd had om bij mij langs te komen. En die hulpsinterklazen zien er niet zo best uit. Lieve Sint, kunt u daar niets aan doen? Als een kind een hulpsint ziet met een gezicht als een weerwolf, dan is het voor dat kind toch lastig te geloven dat het een goed heiligman is?

Gelukkig nodigen mijn ouders tegenwoordig geen hulpsint meer uit om bij ons op bezoek te komen. Afgelopen jaren vierden we het gezellig met de gordijnen dicht, kaarsen aan, warme chocolademelk, een dikke toef slagroom en de hele familie op de bank. We spelen zelf voor hulpsinterklaas en geven elkaar zeer welkome cadeau’s, zoals huispakken en sloffen.

Ik merk dat mijn familie steeds minder enthousiast wordt om uw verjaardag te vieren. Maar ik verzeker u dat ik er alles aan doe om hen enthousiast te houden. Ik vind het een prachtig moment om uit uw naam cadeautjes te geven en gedichten te schrijven. Oké, ik moet toegeven, met soms een beetje hulp van de dichtpiet op internet. Gedichten om soms een goede steek onderwater te geven. Maar vooral ook om te vertellen dat ik trots op mijn broers ben. En de liefste ouders van de wereld heb.

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

Graancirkels in mijn achtertuin

Vorige vrijdag kreeg ik hevige kritiek op mijn columns. Zowaar van mijn trouwste lezers: mijn moeder en mijn man. Zij vonden dat ik veel te weinig zelfspot heb. Zelf ben ik van mening dat ik mij behoorlijk bloot geef in mijn columns. Door te vertellen dat ik nog steeds met het licht aan slaap en dat er in mijn hoofd een mannetje tegen mij praat. Maar volgens mijn moeder en mijn man probeer ik hiermee te ontwijken waar het echt om gaat.

En wel, het gaat hierom:

Dit is het grasveldje in onze achtertuin. Ik hoor je denken ‘Goh, wat ziet dat er vreemd uit?’. Dat klopt. Er zijn geen aliens geland die probeerden een graancirkel te maken. Vooruit, ik ga helemaal met de billen bloot… Dit heb ik veroorzaakt…

Mijn man en ik hebben een paar ongeschreven regels over de verdeling van de huishoudelijke taken. Of misschien zijn het mijn ongescheven regels die ik niet eens met hem heb besproken. Enfin…

Ik vind dat hij verantwoordelijk is voor onze auto’s. Al brengt die knalblauwe Lupo mij elke dag naar het werk, het onderhoud valt niet binnen mijn takenpakket. Ik weet denk ik wel – als ik goed kijk – waar ik de ruitenvloeistof en de motorolie in moet gieten. Toch vind ik dit echt een taak voor mijn man. Daarentegen zou hij nooit de planten en bloemen in huis water geven. We momperen af en toe wel op elkaar. Maar het verandert niet.

Een ander voorbeeld is het grasmaaien. Je zou denken dat het echt een mannentaak is. Dat vind ik ook. Maar toen wij hier drie maanden woonden, stond het gras werkelijk tot aan mijn knieën. Mijn man zegt echt geen groene vingers te hebben, dus die taak heb ik in mijn pakket gekregen. En voor de duidelijkheid, wij hebben geen hypermoderne grasmaaier. Geen grasmaaiauto die ik met één hand kan besturen. Nee, zelfs geen elektrische grasmaaier. Dus tweemaal per maand beleef ik tien lange, zwetende minuten op ons grasveldje van drie bij vier.

Twee weken geleden vond ik het hoog tijd om de de tuin winter klaar te maken. Ik en ‘mijn groene vingers’ maakten de tuinstoelen schoon en brachten ze naar zolder. We snoeiden de heg terug en maaiden het gras. Mijn man had al mest gekocht zodat het gras goed de winter door zou komen. Het mest lag natuurlijk al een maand in de schuur en als het aan mijn man lag, zou het daar de hele winter doorbrengen.

Dus ik pakte de zak met mest. Het was een grote en zware zak van tien kilo. Ik scheurde de zak open en strooide het mest sierlijk uit over het grasveld. Ik had het hele veld gehad, maar de zak was nog voor de helft vol. Dus ik deed het rondje nogmaals over. De zak woog nog vijf kilo en mijn armen begonnen het zwaar te krijgen.
Op het laatst hield ik het niet meer en gooide ik de mest in een paar banen neer. Het allerlaatste beetje storte ik op een hoopje uit. Vol trots bekeek ik de tuin en dacht ‘die is mooi klaar voor de winter!’

Een paar dagen later hoorde ik mijn man vloeken en schreeuwen: “Wat is er in vredesnaam met het gras gebeurd?” Dat kun je je wel voorstellen als je de foto ziet. En zeker als je weet dat hij afgelopen juni het grasveldje heeft aangelegd…

De tien kilo mest was bedoeld voor tweehonderd vierkant meter gras. Ik herhaal tweehonderd vierkante meter! Ons stukje gras is twaalf vierkante meter.

Ik beken dat het een hele domme actie was. En weet zeker dat het gras bij de buren nu echt groener is…

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

Help, er ligt een krokodil onder mijn bed!

Afgelopen weekend waren mijn man en ik in Zandvoort. Heerlijk, er even tussen uit! We sliepen in een hotelletje aan het strand. Maar dat slapen ging niet zo goed. Niet doordat er veren uit het matras in mijn rug staken of dat het kussen te hard was. Nee, het was een prima hotel. Ik hoorde alleen vreemde geluiden en zag verdachte schimmen op de muur.

Ik val goed in slaap. Ik lig in de armen van mijn man. Hij kijkt nog even televisie. Mocht er iemand binnenstormen of door het raam klimmen – we zitten negen hoog, maar je weet het nooit – dan kan hij adequaat reageren. Ik zie zo voor me dat mijn man voor mij springt en die enge man in elkaar slaat nog voor hij in de buurt van mij kan komen. Mijn held… Maar na een tijdje merk ik dat mijn man ook in slaap is gevallen. Ik kriebel zachtjes over zijn rug. Geen beweging. Ik roep heel zachtjes zijn naam. Weer niets. Hij is in een diepe slaap.

Ik probeer ook weer te gaan slapen, maar ik merk dat ik alert blijf. Ik hoor een deur open gaan. Natuurlijk kan dat een van de andere, honderd deuren in dit hotel zijn. Maar wat nou als het onze deur is? Ik luister of ik voetstappen hoor. Niets. Ik kruip wat dichter tegen mijn man aan. Pff, wat is het warm. Dan zie ik een schim op de muur. Is er iemand binnen? Mijn man wordt wakker van mijn gedraai en gezucht en vraagt geïrriteerd wat ik midden in de nacht allemaal aan het uitspoken ben.

Ik herinner mij van vroeger een boekje over een meisje dat ‘s nachts bang is, omdat ze denkt dat er een krokodil onder haar bed ligt. Als het meisje in of uit bed moet, neemt ze een grote sprong zodat ze niet te dicht bij de rand van het bed komt. Anders hapt de krokodil naar haar benen. Volgens mij zijn kinderen vaak bang dat er iets onder het bed ligt. Ik was niet bang voor een krokodil onder mijn bed. Ik had last van een angsthaas in mijn bed.

Vroeger liep ik dan met mijn dekentje naar de slaapkamer van mijn ouders.
“Pap, ik kan niet slapen.”
“Wat is er dan?”
“Ik heb eng gedroomd.” Ik kan me eigenlijk niet zo goed herinneren of ik toen ook al zoveel droomde. Ik weet alleen nog wel dat ik dit argument vaak aandroeg.
Pap leunde dan uit bed, trok een klein matrasje onder het bed vandaan en gebaarde mij dat ik daar mocht gaan slapen. Ik kroop weer onder mijn dekentje. Ditmaal in de buurt van mijn sterke vader. En kon rustig gaan slapen.

Inmiddels woon ik niet meer thuis en zou ik ook niet meer op dat kleine matrasje passen. Die angsthaas ligt nog wel in mijn bed. Gelukkig heb ik er geen last van als ik in ons eigen bed lig. Ik ken alle geluiden en schimmen in en om ons huis. Ik weet precies waar het dak wel eens kraakt en ben er aan gewend dat de leidingen hard beginnen te tikken. Maar als ik in een andere kamer lig, verander ik in die angsthaas. Mijn oplossing is dat ik een lampje aan doe. Inderdaad, ik ben vijfentwintig jaar en slaap nog altijd met een lampje aan.

Op Bali ben ik er gelukkig achter gekomen dat dit helemaal niet zo vreemd is. Mijn voorouders doen dat allemaal! Nou ja, als ik eerlijk ben komen mijn voorouders van Java. Maar ze zijn vast wel eens op Bali geweest en hebben toen vast dit ritueel overgenomen. Balinezen geloven in goede en kwade geesten. Ze offeren vers fruit en zorgen voor kleurrijke versieringen voor de goede geesten. De kwade geesten jagen ze weg, door bijvoorbeeld beschermoffers voor de deuren te leggen. Maar kwade geesten zijn ook bang voor licht. Daarom laten de Balinezen ‘s nachts altijd een lampje aan. Ik weet niet of ik een lampje aan doe om kwade geesten weg te jagen, maar ik weet wel dat inbrekers ook niet zo van licht houden.

En zo ging het uiteindelijk dus ook in Zandvoort. Ik antwoorde mijn man dat ik niet goed kon slapen. Zijn blik werd nog geïrriteerder. Ik sleepte mijzelf maar uit bed en heb het lampje in de badkamer aangedaan en de deur op een kiertje gezet. Er was net voldoende licht in de kamer om alles goed te kunnen zien. Daarna ben ik als een blok in slaap gevallen.

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

Ben er ziek van …

Vroeger hadden ze nog geen tv-reclames om mijn moeder ervan te overtuigen dat Danootje Powerrr best gezond is.”

Het is een doordeweekse avond. Acht uur. En ik lig in bed. Dat is op zich niet vreemd, aangezien ik wel vaker zo vroeg in bed lig. Heerlijk, ik ben dol op slapen. Maar ik lig er niet pas net in. Ik lig er al bijna de hele dag in… Ik heb een griepje.

Soms verlang ik daar naar. Na een woelige nacht vol dromen kust mijn man mij wakker. “We moeten er uit.”
“Echt?”
“Ja, echt.”
“Kunnen we niet de hele dag in bed blijven liggen?” Ik kijk hem met grote hondenogen aan. Dan voel ik zijn voeten tegen mijn lijf drukken en even later val ik met een doffe klap uit bed. Nee dus, we blijven niet liggen.

Vandaag en gister mocht het wel. Maar nu vind ik het niks aan. Ik lig alleen – dat is al saai - en wissel slapen en naar het plafond staren met elkaar af. Als ik mijn ogen open heb, bonkt er iets in mijn hoofd. Ik lig helemaal niet ontspannen. Ik heb nog genoeg andere dingen te doen. Dit stond niet op mijn planning. Een weggegooide dag …

Misschien valt het allemaal wel mee als ik me er aan overgeef. Vroeger kon ik dat wel. Ziek zijn was toen ook niet leuk, maar wel dat ik thuis mocht blijven en heerlijk werd vertroeteld. Ik mocht toen altijd mijn dekbedje en hoofdkussen mee naar beneden nemen. Anders nooit. Dan moest ik het doen met een fleecedeken en de kussens op de bank. Maar als ik ziek was dan werd ik helemaal ingepakt op de bank. Zo kon ik de hele dag televisie kijken, kletsen met mams en in slaap vallen met op de achtergrond mijn spelende broertjes. Ook kreeg ik dan altijd een Danoontje. Mijn moeder vond dat voor normale dagen veel te zoet en ongezond – toen hadden ze nog niet die tv-reclames om haar het tegendeel te bewijzen. Maar als ik ziek was, dan zorgde Danoontje Powerrrr dat ik weer beter werd.

Nu geef ik mij niet zo snel over. Op het werk komen elke dag klussen binnen lopen, maar weten zelf nooit meer de weg naar buiten te vinden. En ook thuis heb ik – behalve mijn man – geen kaboutertjes die mij helpen met de was. Zodra meneer Griep dan ook even om de hoek gluurt, begin ik te vechten. Ik sla alles kort en klein. “Zo,” zucht ik vermoeid, “hij zal wel bang zijn!” Maar nee, meneer Griep heeft al zijn krachten gespaard en vloert mij moeiteloos met één rechtse. Hij heeft het mannetje op de fiets – je weet wel – een beitel en een hammer gegeven. En die zorgt dus voor dat gebonk in mijn hoofd.

Soms hou ik het nog wel een tijdje uit tegen meneer Griep. Dan vecht ik op mijn reserves. Zo kan ik nog net die klus afmaken of dat volgeplande weekend volhouden. Om daarna helemaal in te storten.

Terug naar mijn bed. Want daar lig ik nog steeds. Ik probeer mij er nu toch maar aan over te geven. Mijn man brengt me een glas gezonde jus d´orange en een beschuitje. Ik geniet van de vitamientjes en krijg dan een hoestaanval waardoor mijn ogen bijna naast mijn beschuitje rollen. Dan maar wat afleiding en ik zet een romantische zwijmelfilm op. Halverwege vallen mijn ogen dicht. Ondanks mijn geruite pyjama, sjaal vol met dampo en dikke sokken word ik rillend wakker. Ik zie het meisje op tv haar droomprins zoenen. Is ook nog het – altijd verrassende – einde van de film verklapt. Dat ziek zijn.. Ben er ziek van…

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

Bang, banger, bangst

“Zonde dat die kleine vogeltjes min of meer mijn leven bepaalden. En dat ik dat gewoon toeliet.”

Mijn man zegt altijd: “Angst is een emotie en emoties kun je uitschakelen”. Nu wil ik niet al mijn emoties kunnen uitschakelen – al zou het verdomde makkelijk zijn tijdens mijn maandelijkse periode waarin er een vloedgolf van emotie over mij uitstort – maar mijn vreemde angst voor vogels wilde ik wel graag uitschakelen. Dus ik ging in therapie.

De therapeut legde mij vriendelijk en geduldig uit dat ik deze angst zelf heb ontwikkeld. Dan wel onbewust. Maar ik heb mijzelf geleerd om in een bepaalde situatie met deze emotie te reageren. Bewust kan ik deze emotie bij deze situaties dus ook weer afleren. “Het werkt eigenlijk net als autorijden.” De eerste keer dat je in een auto stapt, schuif je de stoel goed, draai je aan de spiegels, zet je het stuur iets hoger, gordel om, lampen aan, nog een laatste check of die spiegels echt allemaal goed staan. Voet op de rem – of was dit nou het gaspedaal? – sleutel in het contact en starten. Kijk in de spiegel voor, kijk in de spiegel aan de zijkant en kijk over je schouder. Er komt niets aan? Nee, er komt niets aan. En daar ga je. Nu zit ik wel eens op mijn werk en dan vraag ik mij af hoe ik hier in vredesnaam ben gekomen? Ik kan mij herinneren dat ik in de auto stapte en een kwartiertje later – ja, ik kan ook gaan fietsen – weer uitstapte. Maar wat er in die vijftien minuten precies is gebeurd… De automatische piloot stond volgens mij aan.

Zo is het dus ook met het afleren van een niet-realistische angst. Want ja, dat realiseer ik me nu wel, dat mijn angst niet realistisch is. Voorheen was ik er heilig van overtuigd dat zo’n klein vogeltje mij zou aanvallen, op me af zou vliegen, zijn snaveltje in mij zou boren en met zijn vleugeltjes mij volledig in elkaar zou slaan. Oké, ik wist toen ergens ook wel dat het niet echt zou gebeuren. Maar als ik dan een vogel naar mij zag loeren, dan twijfelde ik toch wel en schoot ik volledig in mijn angst.

Een aantal maanden bezocht ik wekelijks de dierenwinkel om een praatje te maken met de parkietjes. Eerst deed ik dat van zo’n vijf meter afstand met een stellage voor hondenvoer tussen ons, dat mij in geval van nood bescherming kon bieden. Later kon ik zelfs de glazen plaat, die de vogeltjes beschermt tegen tocht, wegschuiven en mijn vinger door de tralies steken.

Het gaat goed. Mijn angst in situaties met vogels is inmiddels van een stressvolle tien gezakt naar een rustige drie. Ik zit weer met vrienden op het terras te genieten van een lekkere maaltijd en een glaasje wijn. Zonde, dat ik mij dit een paar jaar heb onthouden. Dat ik niet over de Dam – en andere plekken waar heel veel vogels zijn – kon lopen. Dat die vogeltjes min of meer mijn leven bepaalden. En dat ik dat gewoon toeliet. Ik heb het heft weer in eigen handen genomen! En af en toe schrik ik me nog helemaal de pleuris als een vogel een snoekduik voor mij langs maakt om een kruimeltje van mijn tafel te pikken.

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!