Column Hotspots Magazine Traditie of commercie?

“Snoep of je leven!” schreeuwt een groepje verklede kinderen. Een wit geschminkte mummie, een meisje met een heksenhoed op en een jongetje dat volgens mij net uit bed is gestapt. Deze laatste houdt een grote plastic zak wijd open onder mijn neus. Verstard blijf ik staan in de deuropening. De kinderogen kijken mij verwachtingsvol aan. Achter mij komt mijn man aanlopen met wat snoepjes en chocolaatjes en gooit een hand vol zoet in de zak. Ze brabbelen iets dat klinkt als ‘bedankt’ en weg zijn ze.

Nog geen twee weken later sta ik weer oog in oog met een groepje kinderen voor mijn deur. Versierde lampionnen en piepende kinderstemmetjes die iets zingen over Maarten en een koe met staarten. Dit komt mij bekender voor. De grote plastic zak wordt weer wijd open gehouden onder mijn neus.

Wat een zoete ‘tradities’ afgelopen maand. Tradities zijn gebruiken of gewoontes die onze ouders en grootouders ons hebben doorgegeven. Eerlijk gezegd, geloof ik niet dat Halloween daar onder valt. Mijn opa en oma ruilden hun kledij echt niet in voor een groot wit kleed met twee gaten erin en een uitgeholde pompoen met een kaarsje. Om vervolgens bij mensen aan de deur snoep te vragen of hen anders iets naars aan te doen.

Enfin, zo zijn er meer ‘tradities’ waarvan ik mij afvraag of dit niet wordt aangemoedigd door de commercie om er een traditie van te maken. Waar ik op de middelbare school nog een roos mocht kopen voor mijn stille liefde op Valentijnsdag, word ik nu door de winkeletalages en  folders verleid een geurtje, een nieuwe boxershort en het liefst ook nog een nieuw horloge te kopen voor mijn man.

Ik ben benieuwd in welk jaar de kalkoenen in de supermarkt niet meer zijn aan te slepen vanwege Thanksgiving. En we met z’n allen naar de moskee gaan en zoetigheid eten met het Suikerfeest. Op dat laatste hoopte ‘de grote winkelketen van de rookworst’ een paar jaar geleden al. Maar door tegenvallende verkoop besloot zij dit jaar geen Turks fruit, dadels en servetten met Arabische motieven meer te verkopen aan het einde van de ramadan. Hoe zou het komen dat de commercie er niet in slaagt om ons deze traditie te laten adopteren? Door de periode van vasten voor het feest? Of simpelweg, omdat het niet Amerikaans genoeg is?

Overigens nemen de Amerikanen ook wel eens een traditie van ons kikkerlandje over. In de negentiende eeuw transformeerden zij onze Sinterklaas tot Santa Claus. De Kerstman heeft zijn bekendheid vooral te danken aan – was het nou traditie of commercie? – Coca Cola. Je kent die reclame van die grote truck en het gezellige dikkerdje met veel cadeaus vast wel.

Ikzelf ben behoorlijk traditiegetrouw. Althans, als het gaat om de tradities die ik van mijn ouders en grootouders heb geleerd. Het kerstfeest draait voor mij om een nieuw begin en samenzijn. We hangen lichtjes in een kerstboom met echte naalden, bakken vlees, champignons en paprika op de gourmetplaat en spelen bordspelletjes. En op pakjesavond gaat de houtkachel aan en drinken we warme chocolademelk met te veel rum en een dot slagroom. En vast – traditiegetrouw – leest er iemand “Sinterklaas zat te denken…” of een ander beroerd gedicht voor.

Vorig jaar wenste ik op Nieuwjaarsdag  iedereen een gewóón 2012 toe. Niet meer tweeten, maar gewoon praten. Niet meer tegen de keeper schoppen, maar gewoon tegen de voetbal (keeper Esteban tijdens wedstrijd Ajax – AZ ). Geen bankdirectie meer die met zakken geld weg loopt, maar gewoon een bank waar je geld wordt bewaard.

Voor het aankomend jaar wens ik dat ook iedereen toe. Alleen vergat ik vorig jaar de essentie. Namelijk, zorgen dat het gewoon niet gewoontjes wordt. Dat we het niet voor normaal aannemen. En dat geldt eigenlijk voor alles. Ook voor de tradities die we komende maand vieren. Laat het niet opsmukken door commercie. Sta bewust stil bij de waarde van de tradities. En geniet daarvan!

Ik wens iedereen een fijne traditionele decembermaand toe en een gewoon heel bijzonder 2013!

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

Heimwee

Toen ik gisterenochtend wakker werd bekroop me een raar gevoel. Ik draaide me nog een keertje om want ik wilde het nog niet voelen. Melvin werd ook wakker en schoof de gordijnen tegenover ons bed open. Daar lagen we, allebei stil, van het uitzicht te genieten. We keken uit op een grote groene tuin. Een grasveld zo strak – ik hoop dat ons grasveldje er ook zo bij ligt als we thuis komen. En grote palmbomen vol kokosnoten. Daarachter de blauwe zee.

Ik kon er echt niet meer omheen. Nog maar twee nachtjes. Wat ga ik dit land missen. Dit prachtige land. Ik heb nu al heimwee als ik er aan denk dat we over een paar dagen weer thuis zijn.

Elke dag beleefden we zoveel bijzonders. Van rennen voor je leven tussen duizenden scooters in de grote stad tot ontspannen snorkelen tussen duizenden vissen in de grote zee. Wandelen door helder groene rijstvelden, varen tussen dolfijnen, stofhappend over een grote zandvlakte naar een vulkaan en een hindernisparcours afleggen door de bushbush naar een grote waterval.

De afgelopen twee dagen verbleven we in Candidasa. Een badplaatsje in het oosten van Bali. Een beetje meer toeristisch, maar niet té. Nadat mijn lieve broertje om 5 uur ‘s nachts in Nederland het rijbewijs van mijn vader had ingescand en gemaild (thanks Bart!). En we heel Candidasa hadden afgezocht naar een iemand met een computer en printer. Die uiteindelijk niet hadden gevonden en dus besloten het rijbewijs op de telefoon te laten zien als we werden aangehouden door de politie. En dan alleen Nederlands zouden praten tegen de politie, zoals de receptionist van ons hotel adviseerde. Zaten we eindelijk op de scooter naar Pasir Purti. Oftewel, het witte strand. Helder blauw water. Hoge golven. Werkelijk een droomplek!

De volgende dag zijn we daar weer geweest. Maar dan met de auto. M’n moeder heeft de meeste angsten van ons vier overwonnen deze vakantie:
- in een kamikaze auto door Yogya
- in een becak tussen duizenden scooters
- in een jeep de bergen in
- op de krater van een vulkaan staan met een houten hekje die je wel opvangt
- varen in een smal vissersbootje
- en dus een keer achterop een scooter
Maar een tweede keer zat er niet in. Een vrolijke chauffeur reed ons naar een waterpaleis, een traditionele markt en het witte strand.

De dagen daarvoor waren we in Munduk. Een van mijn lievelingsplekjes in Indonesië. Prachtige natuur, traditionele verblijven en ontzettende warme mensen. Dat ga ik denk ik het meeste missen. Die warme, liefdevolle mensen. Altijd een vriendelijke glimlach. En overal wordt een praatje gemaakt. Over waar je vandaan komt, waar je heen gaat, of m’n vader niet een beetje van Indonesië komt, natuurlijk ook of we toevallig nog transport nodig hebben, en over zoveel meer. Smal talks of mensen die hun hele levensverhaal vertelden. Waardevolle momenten!

En het eten. Dat ga ik ook missen! Niet het ontbijt. Ik kijk uit naar mijn schaaltje yoghurt en muesli thuis. Hier krijgen we ‘s ochtends toast – als we geluk hebben is het bruine toast – met boter en jam. En een schaaltje fruit. Maar de lunch en het avondeten is echt genieten. Melvin presteert het om elke maaltijd het grootste bord te krijgen. Het maakt niet uit waar we zitten of wat we bestellen. Gisteren lunchenden we in het kunstenaarsstadje Ubud en bestelden allemaal een goede maaltijd. Mel z’n bord was ongeveer drie keer zo groot als die van ons. Ongelofelijk! Dan verschijnt er een glimlach op zijn gezicht, van oor tot oor.

En nu zijn we in Seminyak, het zuiden van Bali. Dit is toeristisch, bijna té. Maar het helpt ons ook om weer een beetje te verNederlandsen. We hebben gisteren voor het eerst weer pizza en pasta gegeten. In alle restaurants en bars is oorverdovende livemuziek te horen. We zien weer meer Nederlanders en andere toeristen. We verblijven in een groot resort aan het strand. De komende anderhalve dag gaan we daar voornamelijk liggen. Echt even bijkomen. Alle indrukken verwerken. Nog anderhalve dag en nog één nachtje. In dit prachtige land. Wat ga ik dit land missen!

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

De wondere wereld van de zee

Ik word wakker van de wekker. Ik hoor mijn vader en moeder in de kamer naast me uit bed komen. We delen voor twee nachtjes met z’n vieren een familiekamer in Lovina, het noorden van Bali. Onze kamer ligt direct aan het strand met een prachtig uitzicht over de zee. Gisterenavond hebben we gedobbeld wie in het grote bed en wie in de twee eenpersoonsbedden zouden slapen. Wij wonnen dik.

Er zit nog weinig beweging in het lichaam naast me. Maar het kan niet anders dan dat hij ook wakker is geworden van de wekker. Ik kruip nog even tegen zijn warme lijf aan en kus hem op zijn rug. Ik schuif de klamboe opzij en klim uit het hoge houten bed. We maken een beetje voort. Over een kwartiertje ligt er een bootje op ons te wachten.

Bikini aan, tandenpoetsen, haar in een staart en flink met zonnebrand smeren. Het is ook zo gebeurd. Om 6 uur ‘s ochtends staan we op het strand. Het is nog donker. De maan verlicht het water waar onze smalle authentieke vissersboot ligt. We lopen een stukje door het water en klimmen in de boot.

De horizon kleurt oranje. Links boven mij schijnt de maan en rechts, achter een wolk, komt de zon steeds meer op. Een fel oranje bolletje klimt snel op tegen de hemel. Als ik met mijn ogen knipper zie ik allemaal oranje vlekjes. Ik sluit mijn ogen, geniet van het licht en van het koele briesje langs mijn gezicht.

Voor ons liggen een hoop boten. Een stuk of vijftig. Allemaal vervoeren ze twee tot vijf toeristen. Het is nog stil. Iedereen kijkt om zich heen. Met een nieuwsgierige blik. Een meisje in de boot verderop slaakt een kreet van verrukking en wijst naar het water. De motoren van de vijftig boten worden gestart en de boten vliegen over het water naar de plek waar het meisje iets zag.

Snuitjes die net boven het water komen en al tuimelend weer onder gaan. Gevolgd door de glanzende ruggen en hun staarten. Tientallen dolfijnen. Het is indrukwekkend. Maar met zoveel boten bekruipt mij het gevoel dat de dieren opgejaagd worden. Onze schipper houdt netjes afstand, maar sommige boten varen dwars door de koers van de dieren. Als hongerige dieren stuiven de boten op hun prooi af.

Na een tijdje haken de meeste boten af en varen terug naar land. Onze schipper houdt nog even vol. We hebben waarschijnlijk meer dan genoeg betaald en krijgen dan ook de volle twee uur dolfijnen te zien. We blijven met zo’n tien bootjes achter. Verdeeld over het enorme vlak water.

Nu zijn er heel veel scholen dolfijnen. Ze zwemmen dicht langs onze boot. De meeste schippers hebben de motor uitgezet, waardoor de dolfijnen niet afgeschrikt worden. Aan de andere kant van de boot duiken ook dolfijnen op. Je hoort ze zelfs ademen. Ze spuiten water op en maken kleine sprongetjes. Tientallen, misschien wel een paar honderd. Woow… Ik kan alleen maar kleine hoge kreetjes uitbrengen en knijp mijn handen samen. (We wilden graag een filmpje uploaden, maar helaas zijn ze te groot om online te zetten..)

We varen een stukje achter de dolfijnen aan en slaan dan af, terug naar het vaste land van Bali. We genieten na met de zon in onze rug die iets warmer begint te worden.

Halverwege stopt de schipper weer, zet de motor uit en wijst naar het water. Het kraakheldere water. We kunnen de bodem van de zee zien met prachtig koraal. Hij gooit een handje visvoer in het water en binnen mum van tijd krioelt het van de kleine gekleurde visjes langs onze boot. Blauwe vissen met een knalgele start. Zwart-wit gestreepte vissen. Oranje vissen. Iets verderop springen er tientallen piepkleine zilveren sardientjes over het water. We besluiten direct een snorkeluitje voor de volgende ochtend bij hem te boeken. Na wat onderhandelingen over de prijs natuurlijk.

Na ons ontbijt gaan we in snorkelen. Even oefenen. Ik ben niet zo´n zwemmer. Althans, niet in de zee. Al die visjes die langs je benen schieten. Daar ben ik niet zo happig op. Maar ja, ik wil de wondere wereld van de zee niet missen. Na veel engelengeduld van Melvin.. “Oké, ik doe het.. ik doe het echt! Ah nee, ik durf niet. Wacht nog heel even. Oké, nu echt. Bijna.. ” stop ik mijn hoofd onderwater en zie ik een knalblauwe zeester. Blauw. Knalblauw. Nooit geweten dat die blauw zijn. Prachtig!

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

Tevreden afscheid genomen van Java

Gisteren hebben we Java achter ons gelaten. Aan het einde van de ochtend stapten we op de veerboot die ons naar Bali bracht. Lange tijd bleef ik aan de kant staan die langs Java voer. Vorig jaar vond ik het lastig om afscheid te nemen van Java. Ik wilde nog zoveel van het land zien. Van de cultuur en de mensen ervaren. En ik wist zeker dat we hier snel weer zouden terug komen. Al voelde het afscheid nemen nu definitiever, ik voelde ook een bepaalde rust. We hadden Java van het westen tot aan het oosten gezien. We hadden ons een weg door de drukte van de steden gebaand. We hadden door de prachtige heldergroene (zo groen dat ik het niet kan omschrijven en zelfs niet op een foto kan vastleggen) rijstvelden gewandeld. We hadden armoede gezien, rijkere mensen. En vooral heel veel rijkdom in het geluk van de mensen. Of beter gezegd, in het tevreden zijn. Tevreden met het leven. Tevreden met zichzelf. Met het werk dat ze doen. Met de vrienden en familie om hen heen. Zelfs met het enorme drukke en chaotische verkeer. Ik kan mij eigenlijk van de afgelopen dagen niet herinneren dat iemand zich druk maakte. Dat iemand baalde. Of boos was.

Een mooi voorbeeld. Regelmatig werd onze taxibus gepasseerd door scooters met vier mensen daarop. De vader aan het stuur met achter hem de moeder. Op de borst van de moeder hing een kindje van een jaar in een selendang (draagdoek). Veilig en geboren bij de moeder. Ondertussen rustig drinkend uit de fles. Vóór de vader stond een kindje van vijf jaar. Met beide voetjes op het plateau en de handjes aan het stuur. Alle kindjes die zo voorop de scooter stonden, stonden daar gewoon. Rustig te wachten totdat zij hun bestemming hadden bereikt en hun vader zei dat ze van de scooter afmochten. Geen gemier, niet willen wegrennen, willen zitten, willen spelen. Nee. Tevreden bij vader voorop de scooter, kijkend naar het voorbijrazende verkeer.

Ik herinner me het gesprek met een jongeman in een Wayang fabriekje in Yogya. Hij legde ons uit hoe de traditionele leren poppen van Oost-Java worden gemaakt. En dat ze gebruikt worden om levenslessen te leren aan kinderen en aan volwassenen. De jongeman deed mij inzien dat alles in balans hoort te zijn. In de buik de intuïtie, in het hart de emotie en in het hoofd het denken. En dat zelfs geluk en ongeluk in balans horen te zijn. Alleen maar ongeluk zou je verbitterd en verdrietig maken. Maar ook te veel geluk zou je overspoelen.

In balans zijn. Hoe doe je dat? Zeker in een land als Nederland. Na een vakantie wil je altijd dat rustgevoel meenemen in het dagelijkse leven. Maar het lukt misschien maar een klein beetje. De jongeman antwoordde: “Simpel.. door Yoga.” Logisch. Eens wat meer stil staan. Zelfs in een druk land als Nederland.
Ik ben een denker, een plannenmaker, een organisator. De afgelopen dagen merkte ik dat ik constant bezig was met hetgeen we morgen zouden gaan doen. En dat ik die avond maar tijd moest maken om te schrijven. Dat ik het weer presteerde om pas om 1 uur ‘s nachts te gaan slapen, omdat ik een blog wilde posten. Meer voelen, minder verwachtingen. In balans.

Ik hoop op Bali nog een yogales te kunnen volgen. Als voorbeeld hoe het hier is. En ik heb net direct gegoogled op ‘Yoga Ermelo’. Ik blijf ook een organisator hè..

Waar we verder van hebben genoten op Java? De straat in Solo (Surakarta) waar de vader van mijn vader is geboren. Een gezellige guesthouse in Malang. Een leuke wandeling door deze koloniale stad, over een prachtig plein, een vogeltjesmarkt en een bloemenmarkt. Een spannende jeeptour door de steile en slecht onderhouden bergweggetjes naar het uitkijkpunt vanwaar we de zon over het vulkaanlandschap zagen opkomen. Een zanderige wandeling naar de top van de brommende vulkaan. Een autorit door prachtige rijstvelden naar Kalibaru. Een wandeling door een tuin vol kruiden en vruchten, waar we onder andere leerden dat kaneel de gedroogde schors van een boom is. Een prachtige dansvoorstelling van jonge weeskinderen. Een guesthouse met een prachtige tuin in Kalibaru. En een tweede massage.

Bijzonder moment. Ik had de drie dagen daarvoor last van zeurende hoofdpijn. Ik heb wel eens gehoord dat je na een pittige massage wel eens niet lekker kon worden, omdat het flink wat afvalstoffen vrijmaakt en je lichaam dat soms niet kan afvoeren. En dat je dan een tweede massage moet nemen. Dus zo gezegd, zo gedaan na de eerste massage in Yogya te hebben gehad. Een klein Javaans vrouwtje met stevige handen masseerde heerlijk. Tot slot wilde ze nog mijn hoofd masseren. “Pain?” vroeg ze, terwijl ze naar mijn voorhoofd wees. Ik wist niet zeker of ik haar begreep. “Pain in your head?” Ik keek haar met een frons aan. “Do you feel that I have a headache?” vroeg ik. Ze knikte en ik vertelde haar dat ik al drie dagen enorme hoofdpijn had. Ze knikte weer en zei dat ze mijn hoofd extra zou masseren. Ik weet nog steeds niet zeker of ze nou echt voelde dat ik hoofdpijn heb. Maar het is in ieder geval over.

En nu op Bali. Wat is het toch een paradijs! Met alle mooie kleuren van de tempels, de offers, de kleding en de versieringen. We slapen nog één nachtje in een leuke bungalow met een prachtige tuin en een heerlijk zwembad in Pemuteran. Genieten.

 

 

 

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

De mensen van Yogya

“Je donkerbruine ogen blijven mij aankijken”
Ik zie je lopen op straat. In je schooluniform met een zwart broekje en een blouse die ooit helemaal wit was. Je klopt op het raam van de auto voor me. Je hand vraagt om Roepia´s. Je druipt af en loopt langs mijn taxi. Ik zie je vriendelijke gezicht. Je donkerbruine ogen. Op je blote voeten loop je het trottoir op. Je rammelt in je broekzak en ik vraag me af of het genoeg is voor je avondmaal. Het verkeerslicht springt op groen. De scooters rijden weg en mijn taxi trekt op om het kruispunt over te steken. Ik kijk over mijn schouder. Naar jou. Je zit op je hurken bij een hoopje afval. Je verdwijnt uit mijn zicht. Ik sluit mijn ogen en je donkerbruine ogen blijven mij aankijken.

 

 

 

 

 

“Het water vindt er altijd een weg omheen”
Je ziet dat ik kijk. Je kijkt zelfs terug. Je vertrekt geen spier. Geen andere uitdrukking op je gezicht. Voor jou de normaalste zaak van de wereld. Ik voel afschuw, maar probeer het je niet te laten zien. Je draait de emmer om en ziet dat ‘ie leeg is. Ik kijk naar beneden. Halverwege blijft er op een randje wat afval liggen. De rest valt verder. De rivier in. Ik put hoop uit een liedje: “De stroom van een rivier kun je niet tegenhouden. Het water vindt er altijd een weg omheen.”


 

 

 

 


“Een glimlach van een oude vrouw”

Oude vrouw, hoe was jouw leven? Wat heb jij meegemaakt? Je stugge grijze haren in een knotje weggedraaid. Je ogen kijken moe. Ik probeer de lijnen in je lederen huid te lezen. Je magere lijf. Je sterke handen. Ik probeer je leeftijd te schatten. Eind zeventig? Of zelfs in de tachtig? Maar ik weet dat de levensverwachting voor vrouwen in Indonesië gemiddeld 71 is. En dat slechts 5% van de mensen 65 jaar of ouder is. Ik kan uren naar jou kijken. Maar je hebt me door. En alsof jij mij sneller leest dan ik jou, glimlach je naar mij. Warm en liefdevol. Het maakt je zacht. Net als mijn gedachten.

 

 

 

 


“Zoveel mensen met respect voor elkaar”

Het is vijf uur in de ochtend. Ik zit rechtop in mijn bed. De eerste zonnestralen vallen door het net niet sluitende gordijn van onze eenvoudige hotelkamer. Het begon met gebrom. Langzaam aan sloten er meer stemmen aan. Een voor een ging het gebrom over in gezang. En nu hoor ik vijf verschillende mannenstemmen luidkeels zingen. De moslims van Yogya oproepend voor het gebed. Over een paar uur staan de boeddhisten op voor hun meditatie aan de andere kant van de straat. En brengen de hindoes hun offer in hun tempel op het  plein. Zoveel mensen, met zoveel religies. Eenzelfde cultuur als basis. Met respect voor elkaar.

 

 

 

 

 

 

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

Indonesië: mijn vaders vaderland

Vorig jaar werden Melvin en ik geraakt door Indonesië. Thuis lieten we foto´s en films zien en vertelden we onze verhalen. Maar proeven, ruiken, voelen, zien, horen, het echt beleven… dat kan alleen door zelf het land te ervaren. Het enthousiasme sloeg over op mijn vader en moeder. “Later als jullie groot zijn dan laat ik jullie mijn vaderland zien,” zei mijn vader al tegen mijn broers en mij toen ik ongeveer 6 jaar was. Twintig jaar later is het zo ver; hij is 60 en ik laat hem zijn vaderland zien.

De afgelopen weken was ik best nerveus. Voor de reis en voor de impact die de reis op mijn ouders – en dan met name mijn vader – zou hebben. Met grote ogen en een strak gezicht omschreef mijn vader zijn gevoelens voornamelijk als ´neutraal´. Wat bij mij een grote grijns opriep, omdat a. het volgens mij geen gevoel is en b. iedereen aan zijn lichaamstaal kon aflezen dat hij ´zeer nerveus´ was.

Afgelopen zaterdag zwaaiden onze familie mijn vader, moeder, man en mij uit op Schiphol. Na elf uur maakten we een tussenstop op Kuala Lumpur, een anderhalf uur later op Jakarta en na nog een uur later (en inmiddels 6 tijdszones verder) waren we in Yogyakarta. Zondagavond checkten we in bij hetzelfde guesthouse als vorig jaar. Een kleinschalig hotel met zwembad en veel groen in een straatje met leuke restaurants.

Gisteren (maandag) wandelden we door de straten van Yogya. Naar het paleis van de sultan, een batikatelier en door de enorm drukke winkelstraat. Op de terugweg ruilden we de benenwagen in voor een becak. Wie de straten van Yogya – of Java in het algemeen – ooit heeft gezien, kan zich voorstellen dat het best spannend is. Er rijden duizenden scooters kriskras langs alle auto’s, bussen, becaks, gewone fietsers en paarden met wagens. Er zijn wel strepen op de weg, maar die hebben geen functie. En dan zijn er nog de overstekende wandelaars die met hun hand gebaren om gemotoriseerd verkeer aan te sporen te remmen. Om duizelig van te worden.

Dat moet de automobilist achter ons ook hebben gedacht. Een doffe klap. In slow motion voelde ik de becak kantelen. Melvin zijn lichaam duwde tegen het mijne aan. Ik zag de grond op me af komen en strekte mijn rechterarm uit om de klap op te vangen. Het slow motion effect verdween. Ik krabbelde direct op van de grond. Mijn moeder snelde zich naar me toe. Ook Melvin stond weer. Getoeter van al die scooters achter ons. Gelukkig alleen wat schaafwondjes. “Yes, everything is all right,” verzekerden we de becakrijder, “But we will walk from here.”

Vandaag zaten we daardoor niet helemaal relaxed in ons taxi naar de Borobudur. We genoten daardoor niet minder van dit prachtige wereldwonder (lees de beschrijving van vorig jaar voor een goede impressie).

De eerste vier dagen van onze reis zitten er op. De spanning heeft plaats gemaakt voor ontspanning (behalve in de taxi dus). Mijn moeder voelde vandaag een kleine cultuurshock zoals wij die vorig jaar ook voelden. Al die mensen op straat, al dat verkeer, al die kleine warungs langs de weg. De littekens die de vulkaan Merapi in de stad heeft achterlaten en de manier waarop afval op straat wordt gedumpt. De vriendelijkheid straalt van de gezichten van de mensen af. Maar ook de armoede is goed zichtbaar. Al is het voor ons de tweede keer dat we in Indonesië mogen zijn, het is zo bijzonder! Mooi en indrukwekkend. Nog zeventien dagen flink genieten.

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!

Dag 7, 8 en 9: het einde van m’n slakken

Wat een heerlijk weekend. Wat een heerlijke stad. Vrijdagavond naar Brussel gegaan. Een leuk hotelletje om de hoek van de Hubertusgalerijen en de Grote Markt. Zoveel gezellige pleintjes met terrasjes. Al bij ons eerste etentje wist ik dat ik het moeilijk zou krijgen. I looove food!! In een klein Italiaans zaakje bestelde ik crostini´s, lasagne en een liter water. Een redelijk lichte maaltijd, maar het vulde enorm. Mijn maag was het niet meer gewend. Ik moest dus wel rustig aan opbouwen, wilde ik er geen last van krijgen.

Zaterdag lángs achtendertig chocolaterieën, drieëntwintig wafelkramen en twaalf Vlaamse friteszaken gelopen. Met veel pijn en moeite! Wel een grote kop groene thee gedronken op het terras op de Grote Markt, genoten van een bagel voor een kleine lunchroom en een halve liter water op het volgende terras. Melvin genoot ondertussen van het ene na het andere Belgische biertje.

´s Avonds besloten mijn maag en ik dat we er helemaal klaar vóór waren. En wat betreft mijn slakkenproject er helemaal klaar méé waren. Ik zou eigenlijk nog twee dagen moeten opbouwen. Maar niet in een stad als Brussel…

In een klein steegje vol met terrasjes hebben we een flinke avondmaaltijd gegeten met een grote bel rode wijn. Uit het reisgidsje kozen we de gezelligste cafés en kroegen uit. We genoten van een rood wijntje in een authentiek café met houten tafeltjes, stoelen met een rood kussentje en grote spiegels aan de muur. En van cocktails op een trendy terras.

Zondag mocht ik dan ein-de-lijk een chocolaterie in. Ik had alle chocolaterieën in Brussel gezien, dus ik kon de beste uitkiezen. Hm.. wat ruikt het daar lekker! Daarna nog een Belgische wafel met slagroom gegeten en als klap op de vuurpijl een zak Vlaamse frites gedeeld.

Het ontslakken daarmee voor niets geweest? Zeker niet! Ik vond het leuk om te doen. En ik heb nieuwe dingen leren eten. Druiven zijn mijn favoriete fruit geworden, ik pluk geen prei meer uit mijn groentesoep, tomaat en komkommer in salades eet ik op en zelfs van een plateau sushi kan ik mee-eten.

Daarbij voel ik me fit! Ik heb meer energie gekregen. Ik had net voor het sporten echt zin om te bewegen en om morgen op de fiets naar het dorp te gaan.

Zojuist het menu voor komende week gemaakt. Mie met gewokte groenten, vers gemaakte pastasaus, salade en vis. De fruitschaal gevuld, de groentelade vol en vers volkorenbrood op de plank. Niks niets geen gezond dieet. Een gezondere levensstijl!

Iedereen bedankt voor de support via mailtjes, smsjes en telefoontjes. Collega, bedankt voor het gebruiken van je koelkast voor mijn lunchpakketje. Pa en ma, sorry dat ik pas na zesentwintig jaar normaal ga eten en het jullie al die tijd zo lastig heb gemaakt! Mijn lieve man en Jamie Oliver, ontzettend bedankt dat jullie de eenvoudige gezonde maaltijden wisten om te toveren in heerlijke smaakcreaties. En mijn lieve man, bedankt voor je geduld en voor je aanmoedigingen!

Vind je dit leuk, deel het dan met je vrienden en kennissen!